Briefadvies 187 - Voorontwerp van besluit betreffende de omkadering van jonge onderzoekers

Advies
cover VRWI-briefadvies 187

Op 30 april 2013 heeft de VRWI de adviesvraag ontvangen over het voorontwerp van besluit betreffende de omkadering van jonge onderzoekers. Ook de Vlaamse Onderwijsraad werd hierover om advies gevraagd.

Het voorontwerp van besluit voorziet een structureel subsidiëringsprogramma van 4.000.000 euro ter ondersteuning van jonge onderzoekers aan de universiteiten binnen de associaties. De universiteiten ontvingen de voorbije twee jaar reeds ad hoc financiering voor de omkadering van jonge onderzoekers. Door het voorontwerp van besluit wordt deze subsidie structureel verankerd vanaf het begrotingsjaar 2013. De doelstellingen van het programma die het kader van de financiering vormen, richten zich op training, loopbaanontwikkeling, bevordering van loopbaanperspectieven en het versterken van de internationale oriëntatie van jonge onderzoekers. De financiering wordt verdeeld als volgt: 20% wordt gelijk verdeeld over de betrokken Vlaamse universiteiten, 80% wordt verdeeld op basis van een verdeelsleutel bestaande uit (1) het relatieve aandeel in doctoraatsdiploma's (60%) en (2) het aantal postdoctorale onderzoekers werkzaam aan de universiteit (20%). Bovendien dient 25% van de middelen door de begunstigden te worden besteed samen met minstens twee andere Vlaamse universiteiten.

De VRWI heeft het ontwerpbesluit laten voorbereiden door zijn commissies Wetenschapsbeleid en Innovatiebeleid op basis van een schriftelijke procedure. De Raad komt op basis daarvan tot voorliggend advies:

1.     De VRWI vindt het zeer positief dat met het besluit een stabiele financiering wordt voorzien voor de omkadering van jonge vorsers met het behoud van de mogelijkheid van universiteiten om nieuwe accenten te leggen. Hierdoor kunnen de universiteiten een beleid voor de langere termijn uitstippelen en biedt het ook kansen op het vlak van interuniversitaire uitwisseling en samenwerking.

De initiatieven die de universiteiten tijdens de voorbije twee jaar reeds opzetten door middel van ad hoc financiering, toonden immers aan dat de subsidie een belangrijke ondersteuning en meerwaarde biedt en ook noodzakelijk is om jonge vorsers voor te bereiden op een onderzoeksloopbaan. Het programma biedt bovendien een belangrijke opportuniteit om jonge onderzoekers voor te bereiden op de 'moderne' arbeidsmarkt (binnen en buiten de academische sector, in binnen- en buitenland) - waarbij 'modern' moet gelezen worden als ondernemend/ondernemerschap bevorderend, interdisciplinair, met intersectorale bruggen, met oog voor diversiteit, enzovoort. Op die manier kan gebroken worden met het model dat een ivoren toren- en/of kerktorenmentaliteit bevorderde.

De VRWI vraagt om bij een volgende evaluatie de doctorandi, postdocs en de industrie te bevragen.

2.     De VRWI vraagt daarnaast om voldoende aandacht te besteden aan de operationele dimensie van het programma dat tamelijk uitgebreid is, inclusief de vrij gedetailleerde richtlijnen en minimumprincipes die niet helemaal in verhouding staan met de omvang van de middelen. Aansluitend vraagt de VRWI om de administratieve last en fragmentatie van middelen tot een minimum te beperken. Inpassing in bestaande instrumenten zoals de doctoral schools - die tevens ook de mogelijkheid open houden voor de omkadering van postdoctorale onderzoekers - is daarom de meest logische keuze.

3.     De VRWI merkt op dat het programma verplichtingen oplegt om 25% van de middelen te besteden samen met minstens twee andere Vlaamse universiteiten. De VRWI vraagt in deze context ook aandacht voor samenwerking met andere wetenschappelijke instellingen inclusief de School of Arts, zodat alle onderzoekers voldoende geëquipeerd zijn met noodzakelijke vaardigheden die hen aantrekkelijk maken voor meerdere functies op de arbeidsmarkt.

4.     In het kader van intersectorale mobiliteit wijst de VRWI op de loonverschillen die momenteel bestaan tussen tewerkstelling in de academische en niet-academische arbeidsmarkt bij de carrièrestart van doctores. De VRWI vraagt na te gaan of informerende acties kunnen helpen om doctores met verbrede vaardigheden te promoten bij de industrie en om in dialoog met de industrie te onderzoeken welke verbredende vaardigheden het meest cruciaal zijn. Daarnaast dienen doctorandi in het begin van hun loopbaan voldoende geïnformeerd te worden over de diversiteit aan toekomstmogelijkheden.